Op naar de kerkkroeg?

Ik hou erg van zingeving maar ik moet er iets te drinken bij hebben.

 

Ik weet niet goed waar de oorsprong ligt. Het zou mijn calvinistische achtergrond kunnen zijn. In mijn jeugd was de (gereformeerde) kerkgang een verplicht nummer. Ik ging er met tegenzin heen maar tegelijk ook met aanvaarding: ontsnappen was toch niet mogelijk, zou ik niet proberen er het beste van te maken?

 

En elke week opnieuw had ik het plan om nu eens goed op te letten waar dominee het over had. En weer raakte ik na een paar minuten het spoor bijster en verviel ik in het aloude ramen tellen.  Opeens kwam er, toch weer als verrassing, de verlossing: ik hoorde het woordje ‘amen’, dan was het nog een paar dingen afhandelen, zingen en dan eindelijk vrij.

 

Toch niet het ideale begin voor de wat merkwaardige hobby om als ongelovige met enige regelmaat een kerkdienst te bezoeken. Het geloof heb ik reeds lang afgezworen, nee dat is niet goed uitgedrukt, het geloof heeft zich nooit in mijn hoofd genesteld. Wel heb ik een fascinatie gekregen voor geloofsuitingen; geloven de kerkbezoekers werkelijk in God?, geloven zij in een hiernamaals?, hoe stellen zij zich dat voor? en wat vinden ze van Kuitert’s ‘alle spreken over boven komt van beneden, ook de uitspraak dat iets van boven komt’?

 

Maar ook, welke boodschap geeft de dominee mee, hoe inspireert zij haar gasten, hoe zit de preek ambachtelijk in elkaar, hoe bouwt zij spanning op, welke metaforen gebruikt zij en hoe legt zij een verbinding met de wereld van het hier en nu?

 

Mijn ervaringen zijn niet geweldig. Op Goeree-Overflakkee bezocht ik ooit een Hervormde Kerk (behorende tot de Gereformeerde Bond). Je zou als argeloze bezoeker verwachten dat de kerkgangers het leuk/interessant/positief vinden dat een verdwaalde toerist de moeite neemt om op zondagochtend te kiezen voor de kerkgang.

 

Ik zag enkel norse gezichten die me misprijzend aankeken met een blik van wat kom jij hier doen. En dan heb ik het nog niet over de inhoud van de preek. Je mag verwachten dat de school die dominees opleidt begrijpt dat een kerkdienst (ook) een theatervoorstelling is waarbij de mensen bij de kladden gegrepen dienen te worden. Of tref ik vooral dominees die mooie cijfers hadden voor exegese en pastorale zorg maar een onvoldoende voor 'hoe vertel ik een verhaal’?

 

Natuurlijk zijn er ook fijne uitzonderingen. Ik herinner me een dominee in Zoutelande waar ik mij welkom voelde, hij had een aansprekend verhaal over hoe je je als christen kon verhouden tot bootvluchtelingen op de Middellandse Zee maar ook tot je buren die zich verwant voelen met het gedachtegoed van Wilders. Misschien was wel het beste dat hij nadat de kindernevendienst afgelopen was, voor het front van de kerkgemeenschap in gesprek ging met een aantal kinderen. Niet, o wat heb jij een leuke tekening gemaakt maar echt in gesprek. Super.

 

Onlangs was ik in een kerk in een dorp letterlijk onder de rook van Rotterdam. Een gebouw waar wat zal het zijn 200 mensen in kunnen en waar veertig mensen aanwezig waren. Deze veertig mensen zaten verspreid door de kerk. Behalve dat er weinig mensen waren ontbrak er iets. Na een paar minuten drong het tot me door, er waren helemaal geen kinderen. En dus ook geen jonge ouders. De dominee van dienst was een gastpreker. Ik kan me zijn verhaal niet meer herinneren, wel viel me op dat het een intellectueel verhaal was. Allerlei protestantse theologen als Barth en Bonhoeffer kwamen in ingewikkelde citaten langs. Het leek meer een college voor tweedejaars studenten theologie op maandagmorgen dan een inspirerend verhaal voor ons kerkgangers.

 

Na afloop mijmerde ik verder. Is deze kerkgemeenschap geïnteresseerd in de toekomst? Gaan ze er voetstoots van uit dat met het vertrekken van de jeugd uit het dorp de neergang niet tegen te houden is? Is er enkel defaitisme?

 

Kort geleden las ik over de investeringen van de Church of England. Zij trekt de komende jaren 35 miljoen euro om meer dan honderd nieuwe kerken uit de grond te stampen. Niet uit luxe, een gemiddelde kerkdienst trekt daar nog geen vijftig bezoekers en in ongeveer 4000 plattelandskerken komt het ledental niet boven de vijftien. Zij gaan er met veel bravoure tegenaan. Wat ik interessant vind is dat zij dat niet langs de traditionele lijnen doen. Zij gaan allerlei experimentele vormen van kerk uitproberen: een kerkkroeg, een kerk voor 40-minners, een kinderkerk enzovoorts. Zij zoeken nieuwe geloofsgroepen die deel uitmaken van de lokale gemeenschap. En dus zoeken ze ook de verbinding met de vaak levendiger migrantenkerken.

 

Het gekke is dat ik begaan ben met het kerkje in het Zuid-Hollandse dorp. Ik ben niet gelovig, ik heb geen aandelen in de PKN, ik ben zelfs geen ietsist. Het gaat me aan het hart dat zo´n kerk meer een sterfhuis lijkt dan een inspirerend centrum voor de lokale gemeenschap. En kom niet aan met het argument dat het geloof verdwijnt.

 

Zeker, de kerken lopen langzaam maar zeker leeg. Maar tegelijkertijd is er bijzonder veel religiositeit in de samenleving. Veel mensen hebben afstand genomen van het idee dat God de mens heeft geschapen, in plaats daarvan kunnen en willen zij zelf hun geloof vormgeven. In hun zoektocht naar zingeving stellen zij uit een breed geschakeerd aanbod van spiritualiteit hun eigen pakket samen, een soort doe-het-zelf-religie. Misschien noemen zij zich niet religieus, zij geloven dat ‘er wel iets meer is’, het zijn mensen die zich betrokken voelen met het onderwerp zingeving. 

 

Ik snap dat een lokale kerkgemeenschap met veertig zielen niet gemakkelijk nieuwe ideeën zoals bijvoorbeeld een kinderkerk van de grond krijgt. Wat ik niet snap is dat zij hun eigen dienst niet aantrekkelijker maken. Een paar maanden geleden was ik bij een circusvoorstelling in het oude Luxor in Rotterdam. Er trad een fenomenaal gezelschap uit Tsjechië op. Ondanks hun reputatie en een fantastische recensie in de krant was het niet druk. De theatermedewerkers gingen direct aan de slag, iedereen kwam middenvoor bij elkaar te zitten en de lege plekken werden met zwarte gordijnen afgezonderd.

 

Dat kan de kerk ook! Zet de weinige mensen die er zijn, bij elkaar. Zet ze in een kring, laat de voorganger afdalen en zorg voor interactie. Laat de dominee vragen stellen, laat haar in gesprek gaan met de gelovigen. Zorg voor een goed verhaal en check of je verhaal overkomt. Een dominee is toch eerst en vooral een goede onderwijzer.

 

Het fijne van de zondagochtend uit mijn jeugd was de nazit thuis. De flessen (en de rookwaar) kwamen op tafel en in kleine kring werd de dienst in combinatie met de meest recente roddels besproken. Wat Kloos zegt over de natuur ‘Ik houd erg van een mooi uitzicht buiten maar ik moet er iets te drinken bij hebben’, geldt natuurlijk ook voor een gesprek over zingeving.

 

Hoe moeilijk is het eigenlijk om een kerkkroeg te organiseren?