'Iedereen die mij in verband brengt met fascisme is knettergek!’

Is Wilders een fascist?

 

Geert Wilders vindt de koran een fascistisch boek. Tegelijkertijd wordt Wilders, onlangs nog door cabaretier Micha Wertheim, uitgemaakt voor fascist. Het fascisme als scheldwoord is nog altijd populair.

 

Maar als een begrip te pas en vooral te onpas - eerst was fascisme het kwaad, nu is het kwaad fascisme - gebruikt wordt, is het dubieus of het als moreel ijkpunt nog wel geschikt is. Om de vraag ‘Is Wilders een fascist?’ te beantwoorden is het noodzakelijk om de kern van het fascisme samen te vatten en te bezien of deze kenmerken van toepassing zijn op het gedachtengoed van Wilders' partij.

 

Eerder al, in 2012, heeft historicus en fascismekenner Robin te Slaa hier een boekje over open gedaan. Inmiddels zijn we twaalf jaar verder, het populisme en extreemrechts is in verschillende landen luidruchtiger en sterker geworden en is de PVV bij de verkiezingen van 2023 zelfs de grootste partij geworden. Genoeg redenen om Wilders opnieuw langs de vijf onderdelen van de fascistische meetlat te leggen.

Het logo van de Italiaanse fascisten: de bijl als symbool voor de macht over leven en dood.

De vijf kenmerken van het Fascisme 

 

1. Strijd voor een revolutionaire utopie

Het fascisme komt op in Italië in de eerste helft van de twintigste eeuw. De Eerste Wereldoorlog, de vernederende Verdrag van Versailles, de vrees voor het communisme en de economische crisis van 1929 die een enorme werkloosheid triggerde, vormden een voedingsbodem voor de opkomst van een nieuwe revolutionaire beweging onder leiding van Benito Mussolini.

 

Het fascisme streefde naar een Nieuwe Orde: welvaart voor het eigen volk met behulp van een geleide economie. De staat die geheel in handen kwam van de fascistische partij, beloofde de tegenstellingen binnen het volk op te heffen door een nivelleringsbeleid en een afgedwongen samenwerking tussen de verschillen bevolkingsgroepen. Dit geloof in een nieuwe tijd, de Era Fascista, werd massaal omarmd.

 

Dit ideaal mag wellicht aantrekkelijk klinken, het extremisme was nooit ver weg. De utopie was niet alleen gebaseerd op een overspannen ideaal dat nooit gerealiseerd kon worden, het veroorzaakte ook een onverzoenlijke houding tegenover (vermeende) tegenstanders, mensen die zich verzetten tegen de komst van een fascistische samenleving en/of burgers die niet pasten in de blauwdruk van de nieuwe maatschappij. Het fascisme spiegelde zich in dit opzicht aan de genadeloze terreur onder het communisme in de Sowjet-Unie.

 

2. Leiderschapsprincipe in plaats van democratie

Het fascisme heeft geen hoge pet op van de meeste burgers. Dominant is het idee dat de meeste mensen niet logisch denken en niet in staat zijn om verstandige besluiten te nemen. Het fascisme moet daarom niets hebben van democratie. Deze weerzin tegen democratie is geworteld in de Contraverlichting, de beweging die de idealen van de Verlichting - gelijkheid, volkssoevereiniteit, rationalisme - verwerpt.

 

De irrationaliteit van het merendeel van de bevolking betekent dat er een grote verantwoordelijkheid op de schouders ligt van de fascistische elite die de massa moet leiden naar de heilstaat. In de woorden van Mussolini: ‘De menigte houdt van sterke mannen. De menigte is een vrouw.’

 

Fascistische leiders argumenteren niet - zij houden niet van de ratio - maar doen voortdurend een appel op emoties en gevoelens vandaar de voorliefde voor theatrale optredens met krachtige beelden, overdrijvingen en vooral de boodschap herhalen, herhalen en herhalen.

 

Centraal staat het geloof in wat fascisten noemen de kwalitatieve democratie, de superieure ideologie van het fascisme kon alleen via de elite van fascistische leiders in het bewustzijn van de massa gebracht worden vandaar dat deze verheven voorhoede als kern van de natie de macht toekomt en ‘recht’ heeft op absolute gehoorzaamheid van het volk.

 

Het fascisme kenmerkt zich door een sterk anti-individualisme (‘Du bist nichts dein Volk ist alles’), alle heil wordt verwacht van een collectivistische samenleving waarbij de fascistische staat de burgers opvoedt en in de gaten houdt. Het is niet voldoende dat de staat de controle heeft over de economische productie en distributie, de fascistische staat streeft naar de beheersing van alle aspecten van het maatschappelijk leven zoals politie, rechtspraak, culturele instanties en onderwijs en wetenschap.

 

Zo'n totalitaire staat maakt korte metten met de rechtsstaat, de burger heeft geen universele rechten, de rechten van de burger worden in het fascisme bepaald vanuit het nut van de burger voor het volk.

Il Duce Benito Mussolini (1883-1945)

3. Mix van nationalisme en socialisme

Het fascisme keert zich zowel tegen het communisme als het ongebreidelde kapitalisme, het pleit voor een derde weg: een combinatie van nationalisme en socialisme. Het is geen principiële tegenstander van het particuliere eigendom van productiemiddelen maar het wil de vrijheid van de ondernemers inperken, de fascisten keren zich tegen uitwassen van het kapitalisme en tegen een zichzelf verrijkende elite (plutocratie).

 

Niet de winsten van de ondernemingen staan centraal maar de welvaart en het welzijn van de gemeenschap. De oorsprong van het nationale socialisme voert terug naar de syndicalisten in Frankrijk (op het breukvlak van de 19e en 20e eeuw) die pleitten voor productie en distributie onder leiding van de vakbonden.

 

Het fascisme is sterk gekant tegen het communistische concept van de klassenstrijd tussen de bezittende klasse en de proletariërs, zij propageren de samenwerking tussen arbeid en kapitaal.  

 

 

4. Het leven als strijd

Het fascisme is een ideologie van de daad, het moet niets hebben van wereldvreemde studeerkamerfilosofen, het propageert wilskracht en vitalisme.

 

Het activisme wordt ook gevoed omdat de centrale gedachte van Darwin – survival of the fittest – door fascistische denkers van toepassing wordt verklaard op de menselijke geschiedenis.

 

Mensen zijn ongelijk, de struggle for life is een natuurlijk proces en de sterkste overwint. Vanuit deze gedachte is strijd een integraal onderdeel van het menselijk bestaan; sterker, geweld wordt als iets positiefs gezien, het is een teken van vitaliteit, oorlog wordt verwelkomd als middel om de samenleving te bevrijden van de kapitalistische decadentie waardoor de weg naar nationale wederopstanding open ligt.

 

Het recht van de sterkste betekende ook dat zwakkeren aan hun lot overgelaten worden of zelfs actief vernietigd worden. Het fascisme werd betoverd door de eugenetica: de leer van de maakbaarheid van de mens.

 

Wat een sterk volk zou er ontstaan, zo redeneerden fascisten, als alleen de besten zich voort zouden planten. De consequentie dat minderwaardigen, zigeuners, zwervers, zwakkeren, en asocialen gesteriliseerd moesten worden, werd zonder veel problemen aanvaard.

Mussolini en Hitler

Het ene fascisme is het andere niet. Aanvankelijk is er in de jaren dertig van de vorige eeuw  een onderscheid tussen het Italiaanse en het Duitse fascisme. Wanneer Hitler steeds machtiger wordt verschuift het fascistisch zwaartepunt naar Duitsland en wordt de rol van het biologische racisme steeds groter.

 

In midden Europa wordt het aloude religieuze antisemitisme (waarin de Joden verantwoordelijk worden gehouden voor de kruisigingsdood van Christus) vermengd met het moderne antisemitisme waarin de ariër wordt superieur geacht aan de Jood en waarbij ten principale wordt uitgesloten dat Joden gewone burgers konden worden.

 

De Joden vormden  een schadelijke bedreiging – de Jood als parasiet –; de verdwijning van de Joden werd gezien als de noodzakelijke voorwaarde voor het geluk van Duitsland. Het leidde in eerste instantie tot het plan voor massale deportatie en korte tijd later tot het draconische plan om de Joden op massale schaal te vernietigen.

 

5. Populisme

Het centrale idee van het populisme is dat er een kloof is ontstaan tussen het volk (gezien als een homogene eenheid) en de elite die de macht heeft in de politiek, de media en de rechtspraak. Deze elite wordt gezien als een zelfzuchtige groep die alleen oog heeft voor het najagen van haar eigen belangen.

 

De elite is corrupt, het volk deugt. Kenmerkend voor het populisme is daarom dat er gepleit wordt voor meer invloed van het volk door bijvoorbeeld het invoeren van referenda, volksinitiatieven en directe verkiezingen van bestuurders. Met deze instrumenten wil zij proberen de macht als het ware terug te geven aan het volk.

 

Vaak kleurt het populisme ook behoorlijk identitair,  de waarde van de identiteit van het volk (vaak met selectieve verwijzingen naar heldendaden in het verleden) wordt steevast benadrukt. Zij komen op voor de bescherming van de identiteit die bedreigd wordt door bevolkingsgroepen die niet ‘echt’ tot het volk behoren (zoals joden, zigeuners of intellectuelen) en/of mensen met andere normen en waarden uit een andere werelddeel (denk aan immigranten uit de islamitische wereld, Afrikanen en vul maar in).

 

Het populisme richt zich op de belangen van de eigen gemeenschap, tenminste als je erbij hoort: de gewone Nederlander. Maar bepaalt de gewone Nederlander wie gewone Nederlander is? En hoe moet het dan met de ongewone Nederlander?

 

In de praktijk versterkt het beroep op de eigen gemeenschap, inclusief het sympathiek klinkend noaberschap, het mechanisme van insluiten en uitsluiten. Het omkijken naar de buren wordt het omkijken naar bepaalde buren.

 

Het populisme is niet zozeer een samenhangend gedachtengoed over het bereiken van een betere en rechtvaardiger samenleving maar meer een mentaliteit, een denkwijze waarbij het draait om gevoelens van onvrede over de elite die de belangen en de identiteit van het volk verkwanselt. Die onvrede bepaalt ook de toon van de populisten, centraal staan boosheid en verontwaardiging in combinatie met uiterst globale sweeping statements over oorzaken en zondebokken.

Sweeping statement van Wilders (X, 13 januari 2024)

Het handboek voor populisten is daarom uiterst beknopt: gebruik geen argumenten, redeneringen of afwegingen maar val tegenstanders persoonlijk aan (‘heks’) en gebruik explosieve taal (‘Nederland is corrupt geworden’).

 

Nuanceringen, het speuren naar gegevens die wellicht een andere kant op wijzen zijn ver te zoeken, populisten zijn roeptoeters, zij zoeken graag alleen naar gegevens die hun opvattingen steunen en niet naar feiten en omstandigheden die hun opvattingen onderuit zouden kunnen halen.

Wilders langs de fascistische meetlat

Tijd voor de hamvraag: ‘Is Wilders een fascist?’. Wilders zelf vindt die vraag onzin, iedereen die hem in verband brengt met fascisme is volgens hem ‘knettergek’.

 

Nochtans lijkt het verstandig om de opvattingen van de PVV zo nauwgezet mogelijk langs de fascistische meetlat te leggen. Een handicap daarbij is dat het anti-intellectuele karakter van deze partij ervoor zorgt dat de partij haar opvattingen nooit toelicht in een consistent verhaal, de meting is gebaseerd op aanwijsbare opvattingen afkomstig uit partijprogramma, openbare uitlatingen en toelichtingen op wetsvoorstellen (al dan niet in de ijskast).

 

1. Strijd voor een revolutionaire utopie: Niet van toepassing.

Er is geen sprake van een revolutionair ideaal.

 

2. Leiderschapsprincipe: Niet geheel van toepassing.

De PVV beroept zich expliciet op meer invloed van de burgers middels referenda. De partij kan daarom niet als ondemocratisch worden bestempeld. Intern echter heerst er een expliciete leiderschapscultuur passend bij de organisatie van de partij (met slechts een lid: dhr. G. Wilders).

 

Ook het bestempelen van de volksvertegenwoordiging als ‘nepparlement’ geeft geen vertrouwen in de democratische gezindheid en dat de partij een miljoen mensen (Nederlanders met een dubbel paspoort) hun stemrecht wil ontnemen is ronduit ondemocratisch.  

 

3. Mix van nationalisme en socialisme: Niet geheel van toepassing.

De PVV is bij uitstek een nationalistische partij. Er is echter geen mix van nationalisme en socialisme. De achtergrond van Wilders, hij was oorspronkelijk kamerlid voor de VVD, geeft al aan dat de PVV geen tegenstander is van het kapitalisme. Er bestaan geen opvattingen over een alternatief economisch systeem, de partij is, ook een liberale erfenis, voorstander van een zo klein mogelijk staatsapparaat.  

 

4. Het leven als strijd: Niet van toepassing.

Er is binnen de partij geen dogma ten aanzien van biologisch racisme. De partij is anti-islam omdat zij de islam niet als godsdienst maar als een totalitaire, onverdraagzame en gewelddadige veroveringsideologie beschouwt.

 

5. Populisme: Van toepassing.

De PVV mixt twee vijandsbeelden: de elite die vervreemd is van het volk en de islam die de identiteit van het volk bedreigt. De elite ondermijnt de democratie door het uitleveren van de soevereiniteit aan ‘Brussel’ en het toestaan van massa-immigratie van islamieten.

 

De islam is een bedreiging voor onze cultuur en vrijheid; de aanhangers van de islam tasten de veiligheid aan, zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers en eroderen het draagvlak van de verzorgingsstaat aan door hun onevenredige grote gebruik van sociale voorzieningen.    

 

Conclusie: PVV is een populistische partij met trekjes die fascistisch aandoen

Een fascistische partij is populistisch maar een populistische partij is niet per se fascistisch, voor de PVV geldt dat het een populistische partij is met enkele trekjes die fascistisch aandoen, alles bij elkaar is er onvoldoende grond om de partij als fascistisch te bestempelen. Het antwoord op de vraag ‘Is Wilders een fascist?’ is daarom negatief.

 

Wel hoort daar een belangrijke kanttekening bij. Het populisme is een extreemrechtse stroming en dus vatbaar voor groepen die dergelijke partijen in fascistisch vaarwater willen trekken. Een actueel voorbeeld was zichtbaar bij de populistische partij in Duitsland, Alternative für Deutschland.

 

Onlangs werd onthuld werd dat invloedrijke AfD-leden in samenwerking met prominente rechts-extremisten een plan bespraken om twee miljoen mensen (niet alleen illegale asielzoekers maar ook migranten met een verblijfsvergunning en ‘slecht geïntegreerde burgers’) te deporteren naar een land in Noord-Afrika.

 

Ook elders zijn er signalen dat ook andere kenmerken van het fascisme – geweldsverheerlijking, noodzaak van een revolutie, streven naar nationale wedergeboorte – aan populariteit winnen. In de Amerikaanse alt-rightbeweging spreekt men openlijk over het verlangen naar een burgeroorlog als manier om het witte Amerikaanse volk te bevrijden van de overheersing van de federale staat, de linkse elite en minderheden.

 

In Nederland is dit zichtbaar bij Forum voor Democratie. Oorspronkelijk een populistische partij die pleitte voor meer directe democratie, maar inmiddels ziet zij zichzelf steeds meer als revolutionaire beweging en droomt over de noodzaak van gewapende strijd om Europa te verdedigen tegen de massa immigratie en de islam en zo een glorieuze wedergeboorte te bewerkstelligen.

 

Het laat zien dat populisme vatbaar is voor het fascistisch gedachtengoed: het spook van fascisme waart nog altijd rond.

###

 

De constructie van de fascistische meetlat is gebaseerd op: Slaa, R. te (2012). Is Wilders een fascist? Amsterdam: Boom; Slaa, R. te (2017). Wat is fascisme? Oorsprong en ideologie. Amsterdam: Boom; Knegt, D. (2022). Fascisme. Elementaire Deeltjes, no. 77. Amsterdam: Athenaeum; Scurati, A. (2018). M. De zoon van de eeuw. Amsterdam: Podium; Scurati, A. (2020). M. De man van de voorzienigheid. Amsterdam: Podium. Scurati, A. (2023) en M. De laatste dagen van Europa. Amsterdam: Podium.