Hoe succes een visserszoon verleidt tot zelfbewieroking

“Het geloof in succes. Een verhaal over ambitie, betrokkenheid, teleurstelling en doorzettingsvermogen. De schrijver inspireert iedereen die iets van het leven wil maken, iedereen die zich een doel stelt.”

Wie wil nu niet iets van zijn leven maken? En dat met een beknopt zelfhulpboek dat je in een avondje uit hebt. Op de omslag een soort Griekse held die vastberaden naar de toekomst kijkt.  Een echte held die moed en kracht combineert, een man die met kop en schouders boven de rest uitsteekt.

Profvoetballer Dirk Kuyt heeft na het beëindigen van zijn sportloopbaan een boek geschreven over succes, zijn succes: hij was voetballer bij grote clubs en kwam ruim honderd keer uit voor het Nederlands elftal.

 Voetbalkenners typeren Kuyt als een gedreven speler met een grote werklust, iemand die zijn medespelers graag opjutte en op die manier zijn niet bijzondere techniek compenseerde. In zijn laatste jaar, seizoen 2016/2017, werd hij landskampioen met Feyenoord. Een prachtig moment om te stoppen en terug te kijken op zijn sportloopbaan. 

“Mijn verhaal is het geloof in succes. Zolang je maar in jezelf blijft geloven, komt het uiteindelijk naar je toe. Dit boek, ook als je geen liefhebber van voetbal bent, kan jou inspireren om in succes te geloven. Ik heb geleerd dat winnen geen geluk is en verliezen geen pech, als je er maar alles voor doet en zo min mogelijk aan het toeval overlaat. Succes is alleen mogelijk door dit als team na te streven.”

Team? Het boek draait toch vooral om de hoofdpersoon; die zorgt ervoor dat er een assistent-trainer naar zijn smaak wordt benoemd. Als hij in 2015 in Rotterdam-Zuid aantreedt constateert hij dat de spelers liggen te rollebollen door de kleedkamer; hij stelt onmiddellijk orde op zaken. Hij analyseert met de fysieke trainer hoe hij de groep de volgende stap kan laten maken. Hij houdt zijn trainer bij tegenslag uit de wind. Hij beslist met de trainer over nieuwe aankopen. Hij zorgt er voor dat het contract met de trainer gecontinueerd wordt en ga zo maar door. En zoals het hoort in een hagiografie concludeert hij uiteindelijk dat-ie zelf de held van het verhaal is geworden. En dus kan hij besluiten: ‘het is volbracht’.

Het succes maakt hem als mens niet mooier. Voetbal noemt hij weliswaar het allermooiste spel, uiteindelijk gaat het hem toch voor om ‘die klotewedstrijden tegen ADO en Zwolle te winnen’. Zijn critici die hem meer als harde werker dan als verfijnd technicus beoordelen, zien het verkeerd: ‘echte kenners hebben altijd mijn kwaliteiten onderkend’,  hij beheerst ‘de eenvoud van de functionele techniek: het oogt niet strelend maar is o zo effectief’, hij ziet zich als de belangrijkste speler: ‘met Kuyt in je elftal zak je nooit door de ondergrens’, ‘de club heeft een prijs laten liggen door mij niet op te stellen’, wanneer hij ook bij Feyenoord (eerder overkwam hem dit al bij Liverpool en Fenerbahçe) niet meer bij de eerste elf spelers behoort haalt hij woest uit naar de trainer: ‘ik moet altijd spelen’, ‘ik ben de aanvoerder, dan wissel je mij toch niet’, ‘ik word aan de kant gezet, in de steek gelaten door de trainer’, ‘ik word gewisseld op het moment dat ik het verschil kan maken’. De ingrediënten voor zijn succesverhaal zijn het geloof in succes, hard werken, geen gerollebol in de kleedkamer, kringgesprekken en natuurlijk Kuyt opstellen. Altijd en alle wedstrijden (‘ík moet altijd spelen’). En toeval? ‘Ik geloof niet in toeval, hoe harder je werkt en hoe meer je ervoor doet hoe groter de kans dat je geluk afdwingt.

In het boek beschrijft Kuyt dat Feyenoord in een cruciale periode van de competitie tegen PSV de wedstrijd wint dankzij het inzetten van doellijntechnologie. Deze apparatuur kan precies registreren of de bal de doellijn al dan niet gepasseerd is. Omdat deze apparatuur bijzonder kostbaar is wordt deze door de voetbalbond slechts in enkele wedstrijden ingezet. In de bewuste wedstrijd was deze apparatuur operationeel. Bij een schot op doel constateerde de scheidsrechter geen doelpunt, uit een analyse van het doellijnapparaat bleek echter dat de keeper van PSV de bal achter de doellijn gevangen had met als gevolg dat Feyenoord op voorsprong komt en de wedstrijd daarna niet meer uit handen gaf ; Kuyt beschrijft dat Feyenoord kampioen werd op een millimeter dankzij de doellijntechniek. Zijn conclusie: ’ik geloof niet in toeval’.

Het geloof in succes is als zelfhulpboek mislukt; de poging om zichzelf op een voetstuk te plaatsen doet vooral sneu aan. Het roept weemoed op naar de tijd dat een gepensioneerde voetballer een ontspannen sigarenboer werd.