Kan hocus pocus succesvol zijn?

Het geheim achter familie-opstellingen

In therapieland zijn familie-opstellingen bijzonder populair. Niet zo gek wanneer je de reviews bekijkt, veel mensen zeggen er baat bij te hebben gehad: minder last van depressieve gevoelens, verlost van angsten en een veel beter gevoel over hun zelfbeeld en hun familierelaties. En dat allemaal na een paar uurtjes familieopstelling. Hoe is dat te verklaren? Kan deze therapeutische techniek toveren?

 

Wie komt waar?

Het basisidee is dat een familiesysteem zodanig uit balans kan raken dat een familielid daar flink veel last kan krijgen. Het bekijken en onderzoeken van het familiesysteem zou allerlei inzichten geven over hardnekkige en onbewuste patronen en klachten. Bij een familieopstelling worden representanten van familieleden in een ruimte opgesteld om de familie uit te beelden.

 

De client doet meestal zelf ook mee, vertelt waar de groepsleden ongeveer moeten staan waarna de groepsleden vertellen hoe het voelt om daar te staan en wat ze zouden willen, bijvoorbeeld dat een groepslid die zijn zus speelt, liever wat dichter bij de moeder staat en wat verder af van de client. Deze en andere reacties van de groepsleden geven de client inzicht in de familiedynamiek en hoe die hem hebben gevormd.

 

Het 'wetend veld'

Het wonderlijke is dat de betrokken representanten, mensen die de client tijdens de sessie voor het eerst ontmoeten, verondersteld worden te ‘weten’ wat de familieleden van de client voelen. Komt het gevoel van de representanten overeen met de gevoelens van de echte familieleden?

 

De bedenker van deze techniek, de Duitser Bert Hellinger (1925-2019), spreekt over een ‘wetend veld’ waardoor de deelnemers zouden aanvoelen hoe de familiedynamiek in het hoofd van de client zou werken. Dat ‘wetend veld’ lijkt een ander woord voor hocus pocus.

Bert Hellinger (1925 - 2019), bedenker van het concept familie-opstelling

En zo zijn er wel meer kritische noten te kraken. De founding father van deze therapie was aanvankelijk priester en missionaris in Zuid-Afrika, bij zijn terugkeer in Duitsland krijgt hij grote belangstelling voor psychoanalyse.

 

In de  jaren tachtig van de vorige eeuw vestigt hij zich als therapeut en ontwikkelt zijn eigen ideeën en methoden. Zijn aanname is dat alle psychische, sociale en lichamelijke problemen van zijn cliënten te maken hebben met gebeurtenissen in hun familiegeschiedenis. Het is bij Hellinger altijd hetzelfde liedje: het familiesysteem is verstoord omdat er leden werden buitengesloten, doodgezwegen of vergeten. Het systeem eist, aldus Hellinger, dat alle leden erbij horen en het respect krijgen dat hen toekomt.

Jan en alleman

In de praktijk worden volop therapeutische sessies met familieopstellingen door jan en alleman gegeven, waarbij lang niet iedereen psycholoog of psychiater is. In navolging van voorman Bellinger, hanteert men een rigide stramien, ‘het zit in de familie!’, en heeft men een broertje dood aan het afwegen ten opzichte van alternatieve verklaringen en/of empirische gegevens. Waar in de reguliere gezondheidszorg alleen een geschoolde psycholoog na uitgebreid onderzoek een diagnose mag stellen, worden bij familie-opstelling door allerlei mensen die soms niet of nauwelijks geschoold zijn op dit gebied, allerlei suggesties of zekerheden gelanceerd. Het is daarom niet vreemd dat het geen erkende behandeling in de geestelijke gezondheidszorg is.

 

Het wonderlijke: de resultaten zijn best goed - hierbij past de relativering dat de positieve reviews enkel gebaseerd zijn op zelfbeoordeling - , beter dan bij de gemiddelde psychotherapie. En dat voor slechts een middagje therapie! Het doet de wetenschappelijke wenkbrauwen fronsen, hoe is dit te verklaren?

Het wonder van de reïncarnatietherapie

Psycholoog Martijn Meeter wijst hiervoor op het verhaal over een sessie bij de zogenoemde reïncarnatietherapie waarbij de therapeut zijn client (last van overmatige achterdocht) terugleidt naar een vorig leven. De therapeut achterhaalt dat de oorzaak van zijn probleem komt omdat hij ooit fungeerde als een spion in dienst van Napoleon: in die functie kon hij immers nooit iemand ten volle vertrouwen… Dat inzicht gaf de client rust, het vormde een handvat voor zijn herstel.

 

In feite, zegt Meeter, gaat het om de kracht van het verhaal: die reïncarnatietherapie kan werken áls iemand erin gelooft. Het verhaal over je probleem kan helpen – of het nu waar is of niet. De helende kracht wordt gevormd door de empathische opstelling van de therapeut in combinatie met de therapie die een geloofwaardige uitleg geeft hoe het probleem van de client opgelost kan worden.

 

Deze uitleg geeft niet aan hoe & waarom deze therapie werkt, de therapie creëert een overtuigend verhaal over wat de client scheelt en hoe dit probleem aangepakt kan worden. Of het verhaal ook klopt? Dat is voor de client niet interessant, het werkt toch! En zo lang er weinig tot geen negatieve effecten zijn, waarom zou je geen gebruik maken van mythes, verhalen die niet noodzakelijkerwijs waar zijn?

 

'Geef het een plekje'

Traumatische herinneringen zijn vaak onvoorspelbaar en opdringerig. Omdat veel mensen denken dat dit komt omdat het onafgemaakte kwesties zijn die nooit bevredigend besproken en opgelost zijn, zijn veel therapieën gebaseerd op het idee om cliënten te laten ontdekken wat er is gebeurd en waarom. Het geeft hen de mogelijkheid ‘om het een plekje te geven’. Veel mensen hunkeren ernaar het trauma een betekenisvolle plek te geven in hun levensverhaal.

 

Ons geheugen is zoals de meesten van ons ervaren, gebrekkig. Het verleden is het verleden maar onze herinneringen zijn selectieve constructies die we optuigen met aannames en vervolgens mixen met allerlei gedachtenflarden. Zodoende geeft het praten over je verleden je de mogelijkheid om je herinneringen bij te kleuren. Therapeuten proberen daarom het gesprek zo te sturen dat herinneringen een gouden glans krijgen door in te zoomen op de positieve gevolgen van wat er in het verleden is gebeurd. Dat er uiteindelijk iets waardevols uit voortgekomen is, helpt om vrede te kunnen sluiten met een vervelende gebeurtenis uit het verleden.

 

Dit kan ook een rol spelen bij de techniek van de familieopstelling. Jezelf de schuld geven of boosheid op anderen over iets dat niet meer veranderd kan worden, helpt je niet om een tevreden mens te worden. Daarvoor is begrip voor de ander een beter spoor. En de familieopstelling is daar een goed middel voor: de techniek dwingt je om je te verplaatsen in de ander. Bovendien kun je moeilijk boos zijn op die groepsleden (die een uur geleden nog volstrekt vreemden waren) die jouw familieleden spelen. Met andere woorden, of het nu hocus pocus of regelrechte onzin is, als je erin gelooft kan het wel degelijk werken. 

###

 

[Gebruikte bronnen: Martijn Meeter: Familie-opstellingen en onzin die geneest (LinkedIn, 3 augustus 2025), Martijn Meeter: Trauma and the Truth (2016), Anna van den Breemer: Iedereen op de juiste plek (de Volkskrant, 18 juli 2025),  Richard Engelfriet: Familieopstellingen: het gebrek aan bewijs en de gevaren (Skepter, 2025), Rob Nanninga: Ordnung muss sein, De familieopstellingen van Bert Hellinger (Skepter, 2004).