Profiel Mark Rutte 

 

 

De raadselachtige alleskunner

 

Is Rutte, onze Houdini van het polderparlement, niet te groot voor Nederland geworden? Als minister-president heeft hij laten zien dat hij met iedereen zaken kan doen. En als het moeilijk wordt kan hij geitenpaadjes vinden. Zijn ultieme redmiddel is om op het laatste moment snel en zelfs elegant van standpunt te veranderen. Zijn dit niet de ideale eigenschappen voor een baas van Europa? Tijd voor een overstap?

 

Elke politicus die al zo lang aan de top staat, loopt butsen en schrammen op. Er ontstaat politieke vijandschap, na-ijver en vroeg of laat groeit de twijfel aan zijn magneetwerking op kiezers. Het verstrijken van zijn houdbaarheidsdatum komt naderbij maar het is net als bij overspel, de politicus zelf heeft het als laatste in de gaten.   

 

Onder zijn leiding is de VVD een machtsfactor geworden. De man die zegt een hekel te hebben aan het begrip ‘visie’ heeft met enorme voortvarendheid én met wisselende partners de liberale agenda van zijn partij consequent uitgevoerd. Meer markt, minder overheid. Het resultaat is een economie die draait als een tierelier. Zelf spreekt hij graag over een ‘gaaf’ land. Zeker, Nederland is een van de meest aangename landen om te wonen. Tegelijkertijd moet hem aangerekend worden dat het bij de publieke sector knarst en kraakt als nooit tevoren.  Hier is het resultaat beslist minder gaaf.

 

Zijn succes is gebaseerd op een jarenlange training van het politieke handwerk gecombineerd met zijn jongensachtige charme waarmee hij iedereen ontwapent en inpalmt. En zijn geloof in direct contact: hij belt zich suf met de hele wereld.  

 

Hij is het tegendeel van de gestaalde socialist die de mensheid wil redden maar nooit een praatje maakt met de buurvrouw van driehoogachter. Niet voor niets geeft hij al jarenlang les aan een klas op een vmbo-school in Den Haag. En hoe lang hij ook in Brussel, Berlijn of Den Haag heeft gepalaverd: hij staat op tijd voor zijn klas.

 

Als hij in de spiegel kijkt ziet hij een gemiddeld gezicht, zeg maar gerust de kop van een hardwerkende Nederlander. Het toonbeeld van integriteit. Zijn tragiek is dat hij de leider is van de partij die steevast hoog scoort bij niet-integer handelen. Zou het hem nooit pijn doen dat uitgerekend hij die krabbelaars, leugenaars en fraudeurs moet verdedigen tegen beter weten in?  

 

Wij hebben allemaal wel een oom Piet die vindt dat politici zakkenvullers en leugenaars zijn. Rutte is het tegenbeeld van een graaier, hij geeft niet om geld, woont in een eenvoudig appartementje, rijdt een oude auto en kan in zijn vrije tijd uitgetekend worden in jeans, hoodie en sneakers. Een politicus heeft echter een machtsbasis nodig: het product van politieke vaardigheden maal het aantal kiezers.  Hij moet op piekmomenten voldoende steun verwerven. En dus zien we hem dingen beloven (‘iedereen krijgt 1.000 Euro’, ‘geen cent meer voor de Grieken’), hamert hij op pretjes voor zijn achterban (‘130 km’) en om verlies aan de populisten te beperken laat hij zich verleiden tot populaire praatjes (‘opsodemieteren’, ‘zelf in elkaar slaan’). Het is niet de slechtheid van de politicus, zoals oom Piet denkt, het is het gereedschap van de politicus die uit is op macht.

 

We kunnen zijn prestaties beschrijven, zijn ontembaar optimisme en zijn flexibiliteit. Wat blijft is het raadsel-Rutte. Er is die geheimzinnige status van vrijgezel. Een enkele keer laat hij in interviews iets merken van een soort eenzaamheid. Na een lange vergaderdag is er geen mevrouw (of meneer) Rutte die hem toefluistert: ‘Mark, geen woord meer over Angela of Emmanuel, kom lekker naast me liggen’. Macht erotiseert. Maar waarom niet bij Mark Rutte? Zou het zo zijn dat de teflonlaag waardoor hij in de politiek schier onkwetsbaar lijkt in het gewone leven verwordt tot een harnas van zijn ziel? Een harnas dat werkelijke intimiteit onbereikbaar maakt? We weten veel over hem, tegelijkertijd kennen we hem niet.